;
top.jpg
1.JPG
2.JPG
3.JPG
4.JPG
5.JPG
6.JPG
7.JPG
Bodembedekkers aan zet
22-10-2026
Een kale bodem blijft zelden lang kaal. Zodra er licht en ruimte zijn, verschijnen spontane planten. Soms zijn dat mooie verrassingen uit de zaadbank of soorten die aanwaaien en die we graag verwelkomen. Op andere plekken groeien planten die we liever wat minder ruimte geven. Met de juiste bodembedekkers kan je die spontane groei sturen, de bodem beschermen en tegelijk heel wat wiedwerk besparen.

Bodembedekkers zijn planten die laag bij de grond groeien en zich in de breedte uitbreiden. Eens bodembedekkers een voldoende dicht geheel vormen, krijgen spontane kruiden minder ruimte om zich te vestigen. Dat betekent minder wiedwerk, al blijft af en toe bijsturen nodig om de gewenste planten in evenwicht te houden. En eerlijk is eerlijk, onkruid wieden kan zen zijn, maar is zelden een favoriet van de tuinier.

Bodembedekkers doen eigenlijk een beetje wat mulch -houtsnippers of dode bladeren - doet, maar dan levende mulch. Ze beschermen de bodem tegen uitdroging, temperen temperatuur-schommelingen en verminderen erosie. Tegelijk vormen ze een biotoop voor kleine bodemdiertjes.

Maar welke planten kies je dan? Zoals altijd hangt de keuze af van de standplaats, het principe ‘de juiste plant op de juiste plaats’ is zoals steeds de belangrijkste regel. Een plant die zich heerlijk voelt onder een boom op een vochtig plekje, zal het in volle zon en droge grond misschien helemaal niet redden. Planten die goed aangepast zijn aan hun omgeving hebben minder water, meststoffen en andere hulp nodig.

Enkele voorbeelden, al is dit uiteraard geen volledige lijst en focus we zoals altijd op inheemse soorten. In de zon is kruiptijm (Thymus serpyllum) een mooie keuze voor droge, goed doorlatende grond. Deze lage, kruipende plant bloeit rijkelijk en trekt veel insecten aan. Klein pimpernel (Sanguisorba minor) is een inheemse soort met fijn blad en discrete bloemen, geschikt voor zonnige, droge en eerder schrale bodems. Voor voegen, grindzones en andere droge, voedselarme plekken zijn wit vetkruid (Sedum album) en muurpeper (Sedum acre) interessante, zeer lage bodembedekkers.

In de halfschaduw is kruipend zenegroen (Ajuga reptans) een mooie inheemse soort met paarse bloemen. Kruipend zenegroen vormt via uitlopers een dicht tapijt. Grote wortelooievaarsbek (Geranium macrorrhizum) is een robuuste, hoger groeiende bodembedekker die zowel in zon als in halfschaduw en schaduw kan gedijen. Penningkruid (Lysimachia nummularia) vormt dan weer een laag, kruipend tapijt met gele bloemen en is bijzonder geschikt voor vochtige grond, bijvoorbeeld langs een poel.

Onder bomen en struiken in de schaduw zijn klimop (Hedera helix) en kleine maagdenpalm (Vinca minor) interessante wintergroene bodembedekkers. Beide kunnen dichte tapijten vormen, ook in de schaduw. Het zijn wel krachtige groeiers die andere planten kunnen verdringen als ze niet op hun plaats worden gehouden. Lievevrouwebedstro (Galium odoratum) is een favoriet, met frisgroen blad en kleine witte bloemen. Het groeit het best op humusrijke, voldoende vochtige grond in de schaduw.

Niet elke bodembedekker is een zegen. Sommige soorten zijn zo goed in hun werk dat ze andere planten kunnen verdringen. Zevenblad (Aegopodium podagraria) is daarvan een bekend voorbeeld. Het is een inheemse plant met ecologische waarde, maar breidt zich via ondergrondse wortelstokken bijzonder sterk uit en is eenmaal gevestigd moeilijk te verwijderen.

Ook hondsdraf (Glechoma hederacea) en bosaardbei (Fragaria vesca) kunnen zich via kruipende stengels en uitlopers flink uitbreiden. Ze zijn doorgaans gemakkelijker te beheren dan zevenblad, maar kunnen in een gemengde border eveneens ruimte innemen. Dat hoeft geen probleem te zijn op plekken waar vlakdekkend groen gewenst is. In een soortenrijke tuin is het vooral belangrijk om de balans te bewaken. Observeren en af en toe bijsturen blijft dus nodig.

Een andere toepassing van bodembedekkers is het beplanten van boomspiegels. Onder bomen groeit gras vaak moeilijk, blijft de bodem kaal of verschijnen spontaan mos en kruiden. Toch is niet elke schaduw dezelfde schaduw. Onder een boom is er niet alleen minder licht, maar vaak ook minder beschikbaar water: de kroon houdt een deel van de regen tegen en de wortels nemen water op. Vooral onder grote, volwassen bomen kan de bodem daardoor erg droog zijn.

Onder een volwassen beuk of een naaldboom met een zeer dichte kroon kan het moeilijk zijn om een gesloten bodembedekking te realiseren. Bij bomen met een lichtere kroon, zoals sommige essen en fruitbomen, zijn er vaak meer mogelijkheden. Ook de bodem en de wortelconcurrentie spelen een belangrijke rol. Kies daarom soorten die passen bij de werkelijke omstandigheden, bijvoorbeeld bodembedekkers die droge schaduw verdragen. Soms is het beter om een natuurlijke bladlaag te behouden dan te proberen de hele boomspiegel dicht te planten.

Nu is het nog een goede periode om vaste planten en bodembedekkers aan te planten. Check de goede plantafstand en maak een keuze aangepast aan de standplaats. Wij planten initieel aan met mulch om andere onkruiden te weren in de eerste jaren. Zodra de planten goed aangeslagen zijn en een voldoende dicht geheel vormen, vermindert het wiedwerk aanzienlijk. Af en toe bijsturen blijft nodig om de beplanting gezond en in evenwicht te houden. Wil je advies over de juiste bodembedekkers voor jouw tuin? Contacteer ons gerust. Veel plezier ermee!
Reacties
Er zijn nog geen reacties. Wees de eerste en voeg hieronder je reactie toe.
Geef een reactie